partijen van ASVN

Homepage

Karel den Boer - Har Loeffen

Interne ASVN 11 mei 2009 met diagrammen, 12.05.2009

[Commentaar: Loeffen,H.M.]

Hierbij mijn spannende partij, interne competitie ASVN 11 mei tegen Karel den Boer, waarbij ik de winst in eerste aanleg miste zie diagram 1 (pos1.jpg), uiteindelijk toch won en Karel met 2 pionnen achter de weg naar remise niet kon vinden zie diagram 4 (pos4.jpg).

De overige diagrammen 2 en 3 (pos2.jpg en pos3.jpg ) verduidelijken het verdere verloop van de partij.

1.d2-d4 d7-d5 2.Pb1–c3 Lc8-f5 3.f2-f3 e7-e6
4.e2-e4 d5xe4 5.f3xe4 Lf5-g6 6.Pg1–f3 c7-c6 7.Lf1–d3 Pb8-d7 8.0–0 Dd8-c7
9.e4-e5 Lg6xd3 10.Dd1xd3 h7-h6 11.Pc3-e4 0–0–0 12.Lc1–f4 g7-g5 13.Pe4-d6+ Lf8xd6 14.e5xd6 Dc7-b6

diagam 1  
 

15.Pf3-e5 g5xf4 (Fritz geeft als beste zet gxf4 i.p.v. Pxe5 zie diagram 1 met winst)
[15...Pd7xe5 16.Lf4xe5 f7-f6 17.Le5xf6 Pg8xf6 18.Tf1xf6 Td8xd6 19.c2-c3 Db6xb2 20.Ta1–b1
(Fritz geeft dit ook aan met bij goed spel remise, ook Taf1 geeft volgens Fritz remise)
20...Db2xa2 21.Tf6-f7 b7-b5 22.Tb1–b3 a7-a5 23.Tb3xb5 c6xb5 24.Dd3xb5 Da2-d5 (opgegeven met een volle toren achter en b7 is gedekt, zie diagram 4)]

 

16.Pe5xf7 0.04/13 2 Pg8-f6 -0.24/13 1 17.Kg1–h1 0.06/13 3 Pf6-d5 (Thg8) -0.05/13 6 18.Pf7xh8 0.21/13 2 Td8xh8 -0.09/13 2 19.c2-c4 -0.09/13 2 Pd5-e3 -0.09/13 1 20.Tf1xf4 -0.28/13 2 e6-e5 -0.28/13 1 21.d4xe5 -0.28/13 0 Db6xb2 (zwart heeft 2 paarden tegen een toren en een pion, zie diagram 2) -0.28/13 1
22.Ta1–g1
-0.28/13 0 Db2xe5 -0.28/13 1 23.Tf4-e4 -0.28/13 2 Pd7-c5 -1.41/13 2 24.d6-d7+ -1.27/13 0 Kc8-d8 -1.27/13 0 25.Dd3xe3 -1.40/13 1 Pc5xe4
(zwart heeft nu een paard tegen een pion, zie diagram 3 en staat comfortabel) -1.40/13 1
26.Tg1–b1
-1.46/13 3 c6-c5 (Th7) -1.80/13 4
27.Tb1–e1
-1.80/13 2 Th8-f8 -1.80/13 0 28.Kh1–g1 -1.80/13 1

 
diagram 4


diagram 2


Diagram 3

hele partij zonder commentaar

(zie ook de tip onderaan)

1.d2-d4 d7-d5 2.Pb1–c3 Lc8-f5 3.f2-f3 e7-e6 4.e2-e4 d5xe4 5.f3xe4 Lf5-g6 6.Pg1–f3 c7-c6 7.Lf1–d3 Pb8-d7 8.0–0 Dd8-c7 9.e4-e5 Lg6xd3 10.Dd1xd3 h7-h6 11.Pc3-e4 0–0–0 12.Lc1–f4 g7-g5 13.Pe4-d6+ Lf8xd6 14.e5xd6 Dc7-b6 15.Pf3-e5 g5xf4 16.Pe5xf7 Pg8-f6 17.Kg1–h1 Pf6-d5 18.Pf7xh8 Td8xh8 19.c2-c4 Pd5-e3 20.Tf1xf4 e6-e5 21.d4xe5 Db6xb2 22.Ta1–g1 Db2xe5 23.Tf4-e4 Pd7-c5 24.d6-d7+ Kc8-d8 25.Dd3xe3 Pc5xe4 26.Tg1–b1 c6-c5 27.Tb1–e1 Th8-f8 28.Kh1–g1 De5-f4 29.De3xf4 Tf8xf4 30.g2-g3 Tf4-g4 31.h2-h3 Tg4xg3+ 32.Kg1–h2 Tg3-a3 33.Te1xe4 Ta3xa2+ 34.Kh2-g3 Ta2-a3+ 35.Kg3-g2 Kd8xd7 36.Te4-g4 Ta3-d3 37.Tg4-g7+ Kd7-c6 38.Tg7-g8 Kc6-c7 39.Tg8-g7+ Td3-d7 40.Tg7-g6 Td7-d6 41.Tg6-g7+ Kc7-c6 42.Tg7-g3 a7-a6 43.Tg3-a3 Td6-d4 44.Ta3-a4 Kc6-b6 45.Kg2-f2 Kb6-a7 46.Ta4-a3 Td4xc4 47.Ta3-f3 a6-a5 48.Kf2-g3 a5-a4 0–1

 

 

De5-f4 -1.80/13 1 29.De3xf4 -1.80/13 0 Tf8xf4 -1.80/13 0 30.g2-g3 -1.80/13 0 Tf4-g4 -1.80/13 0 31.h2-h3 -1.80/13 0 Tg4xg3+ -1.84/13 0 32.Kg1–h2 -1.84/13 0 Tg3-a3 -1.99/13 0 33.Te1xe4 -2.15/13 0 Ta3xa2+ -2.18/13 1 34.Kh2-g3 -2.18/13 0 Ta2-a3+ -2.27/13 3 35.Kg3-g2 -2.27/13 0 Kd8xd7 -2.41/13 1 36.Te4-g4 -2.42/13 1 Ta3-d3 -2.65/13 2 37.Tg4-g7+ -2.86/13 1 Kd7-c6 -2.86/13 0 38.Tg7-g8 -2.88/13 0 Kc6-c7 (Td6) -3.07/13 2 39.Tg8-g7+ -3.55/13 1 Td3-d7 -3.55/13 0 40.Tg7-g6 -4.52/13 0 Td7-d6 -4.52/13 0 41.Tg6-g7+ -4.52/13 0 Kc7-c6 -4.52/13 0 42.Tg7-g3 -4.52/13 0 a7-a6 -4.52/13 0 43.Tg3-a3 -4.75/13 0 Td6-d4 -4.73/13 0 44.Ta3-a4 -4.79/13 0 Kc6-b6 (h5) -5.70/13 1 45.Kg2-f2 -5.98/13 1 Kb6-a7 -5.98/13 0 46.Ta4-a3 -6.46/13 2 Td4xc4 -6.46/13 0 47.Ta3-f3 (Te3) -6.76/13 6 47...a6-a5 -6.92/13 1 48.Kf2-g3 -7.20/13 3 a5-a4 -8.68/13

 
  Tip: kopieer de partij zonder commentaar (rechts) met Ctrl+C en plak hem daarna in Fritz met Ctrl+V. Dan kun je hem zelf naspelen met fritz!              [PJM] 

uitslag  0–1

  


Pd7-c5: soms maar beter niet doen…

Voor de viertallencompetitie speelde ik onlangs in en tegen Barneveld. Ik had wit. De partij ging tot aan de negentiende zet min of meer gelijk op. Het enige ‘voordeeltje’ voor mij bestond eruit dat zwart had toegelaten zijn loper te ruilen tegen mijn paard – hetgeen erg goed in mijn plannen paste. Na de negentiende zet van wit is de volgende stelling ontstaan (diagram 1):

Er is weinig aan de hand als zwart nu bijvoorbeeld Le7 speelt, op de volgende zet gevolgd door Pc5. In plaats daarvan speelt hij meteen Pc5, een kostbare vergissing waar hij achterkomt als hij het witte antwoord ziet: Dxc5! Als zwart de witte dame neemt, volgt Txd8+, Dxd8, Txd8+. Terecht ziet hij daarvan af en speelt alsnog Le7, waardoor hij de schade tenminste nog enigszins binnen de perken houdt. Maar natuurlijk speelt hij vanaf dat moment met een achterstand die zowel materieel als positioneel is.

Spoelen we nu door naar de stelling na de tweeëndertigste zet van wit (diagram 2):

Hoewel het materiële verschil nog steeds dat ene paard van c5 bedraagt, is het positionele verschil intussen enorm opgelopen. Fritz waardeert de situatie als +9,47 voor wit! Op zich is het al niet zo moeilijk meer om de partij tot winst te voeren en de logische volgende zet van wit is f4-f5, waardoor de diagonaal g3-b8 open komt te liggen. Het beste kan zwart nu eerst Kb8 spelen, gevolgd door Ka8, waarmee hij het nog wat langer vol zou kunnen houden.

Let nu even op de parallel met de stelling uit diagram 1: het overgebleven zwarte paard staat ook op d7 en wederom besluit zwart Pc5 te spelen. Dit keer is het meer dan een ‘kostbare vergissing’, het is het eigen doodvonnis. Wit antwoordt f5 waardoor mat-in-één dreigt (Db8±). En hoewel zwart dat nog kan pareren met Pa6, deelt wit vervolgens de doodklap uit met Le6+. Zwart kijkt twee seconden naar de ruïne en geeft zich dan over.

Twee keer in één partij Pd7-c5, twee keer met desastreuze gevolgen. Zijn er geen leerboekjes die voor deze zet waarschuwen?

Henk de Bruyne


Zeist 3-ASVN 1:

Loeffen tegen Stafleu: 'partij met de gemiste kansen'.

Commentaar van Har Loeffen

 M. Stafleu - H.M. Loeffen [C44]

Stelling uitspelen (Fritz1, 13ply) , 04.03.2009

[Loeffen,H.M.]

19.Lc4-e2 Lc8-f5

20.Ld2-h6 Lf5xg6

21.Le2-b5+ c7-c6

Ik speelde direct c6, waarvan ik de consequenties in de tijd van de tegenstander had doorgenomen. De tegenstander had nog relatief weinig tijd, ca. 16 minuten, en ik wilde druk op de ketel houden via de klok. ik had ook nog een paard meer. Dame d7 heb ik amper overwogen maar was veel beter geweest, volgens Fritz 10 zelfs gewonnen zie diagram 1 en het verdere verloop van de partij

[21...Dd8-d7 22.Dh7-g7  -2.89/13  1  Tf8-g8  -2.80/13  0  23.Dg7xg8+  -2.80/13  0  Pe7xg8  -2.91/13  0  24.Lb5xd7+  -2.91/13  0  Ke8xd7  -2.89/13  0  25.Ta1–d1  -2.94/13  0  Ld4-e5 (c5)  -2.95/13  2  26.Td1xd5+ (Lc1)  -2.71/13  3  26...Kd7-e6  -2.71/13  0  27.Td5xe5+  -2.80/13  1  f6xe5  -2.93/13  0  28.Lh6-g5  -2.86/13  2  Pg8-f6  -2.87/13  2  29.f2-f4  -2.87/13  4  Lg6-d3  -2.88/13  3  30.Lg5xf6  -2.98/13  6  Ke6xf6  -2.98/13  0  31.f4xe5+  -3.05/13  3  Kf6xe5  -3.05/13  0  32.Tf1–d1 (Tf3)  -3.08/13  6  32...Tb8-d8  -3.18/13  5  33.Kg1–f2  -3.25/13  10  Td8-d5  -3.27/13  4  34.Td1–e1+  -3.31/13  8  Ke5-f6  -3.31/13  1  35.Te1–e3 (Tc1)  -3.30/13  8  35...Ld3-b1  -3.33/13  7  36.a2-a3  -3.42/13  4  Td5-d2+  -3.39/13  2  37.Te3-e2  -3.39/13  0  Td2xe2+  -3.41/13  0  38.Kf2xe2  -3.41/13  0  a5-a4 (Kg5)  -3.66/13  12  39.Ke2-f3 (Kd2)  -3.69/13  4  39...Kf6-g5  -3.68/13  2  40.g2-g3  -3.69/13  2  c7-c6 (Lh7)  -3.69/13  4  41.h2-h3 (h4+)  -3.69/13  0  41...Lb1–d3  -3.69/13  1  42.h3-h4+  -3.69/13  1  Kg5-h5  -3.69/13  0  43.Kf3-f4  -3.67/13  0  Ld3-c2  -3.67/13  0  44.Kf4-f3 (Ke5)  -3.69/13  0  44...Lc2-h7  -3.69/13  0  45.Kf3-f4  -3.69/13  0  Lh7-g6  -3.69/13  0  46.Kf4-f3  -3.69/13  0  Lg6-c2  -3.69/13  0  47.Kf3-f4  -3.69/13  0  Lc2-h7  -3.63/13  0  48.Kf4-f3  -3.62/13  0  b6-b5  -3.63/13  0  49.Kf3-f4  -3.62/13  0  Lh7-c2  -3.66/13  0  50.Kf4-f3  -3.66/13  0  c6-c5  -3.77/13  0  51.Kf3-f4  -3.95/13  0  b5-b4  -4.02/13  1  52.Kf4-f3  -4.17/13  1  c5-c4 (bxa3)  -8.25/13  4  53.a3xb4  -8.91/13  2  c4-c3 -8.91/13  1 ]

(links: varianten. Har heeft de instellingen 'tijd onthouden' en 'waardering onthouden' aan laten staan, wat het overzicht ... em... eh... minder duidelijk maakt.
PJM)

22.Lb5xc6+ Pe7xc6

23.Dh7xg6+ Ke8-d7

24.Dg6-f5+ Kd7-c7 25.Lh6xf8 Dd8xf8

26.Df5xd5 Tb8-d8 27.Dd5-c4 Ld4-c5

28.Ta1–c1 Td8-d2

29.Dc4-f4+ Df8-d6 30.Df4xd6+ Lc5xd6

31.Tc1–c3 Td2xb2 32.Tf1–c1 Ld6-c5

33.Tc3-c2 Tb2xc2 34.Tc1xc2 Pc6-e5

35.h2-h4 Kc7-d7 36.h4-h5 Pe5-g4

37.Tc2-e2 f6-f5 38.Kg1–f1 Kd7-d6

39.f2-f3 Pg4-h6 40.Te2-e8

Bij diagram 1 had ik i.p.v. pion c6 beter de dame kunnen offeren met Dd7. Wit verliest ook de dame.

Fritz 10 geeft dan winst aan. In de stelling sta ik een paard voor.

Bij diagram 2 op zet 40 realiseerde ik me niet dat ik nog tijdig een zet moest en verloor ik door tijdsoverschrijding.

Fritz 10 beoordeelt de stelling als remise.

Har Loeffen

Verloren door tijdsoverschrijding. Volgens Fritz 10 was de stelling remise, zie diagram 2. 1–0



De partij waarover de discussie ging....

Tot slot het commentaar van Peter Meijer:

De schaakpartij was zodanig dat ik in de reguliere 40-zettenfase met 1 pion achter praktisch verloren stond (+ tijdnood).

De tegenstander kon echter niet door mijn verdediging van twee torens op de 1 na achterste lijn heenbreken.

Na de 4oe zet forceerde de tegenpartij een doorbraak welke echter niet lukte, de torens werden geruild en er onstond een min of meer gelijke stelling met wederzijdse doorbraakmogelijkheden naar dame. Door vliegende tijdnood (Anderhalve minuut op de klok) koos ik het verkeerde plan waardoor de tegenstander eerder een dame kon halen en ik moest opgeven.

Had ik het goede plan gekozen dan was remise mogelijk geweest.

Aanvullend commentaar van Har Loeffen...

Stelling opnieuw gezien op de website van schaakutrecht.nl. en de stelling is objectief gezien remise.

Zowel zonder naar promotie van een vrijpion te streven als in het geval dat beide spelers proberen een vrijpion tot promotie te laten komen is bij correct spel de partij remise. Zwart heeft hier echter de sleutel van in handen. Analyse met Fritz 10 13 zetten diep.

 

Tijdens de wedstrijd leek mij de meest kansrijke variant voor zwart de pion op c6 tot dame te doen promoveren. Dus eerst de zwarte pionnen op e5 en c5 elimineren en met de koning op een veld gaan staan zodat de in de latere fase tot dame gepromoveerde pion op g8 geen schaak geeft bij promotie.

Doordat wit de pion op f4 moet slaan gebeurt de promotie van de zwarte pion op c1 dan met schaak! Indien wit een extra zet met zijn koning doet verliest hij een tempo.Wit heeft echter ook een zet eerder op g8 een dame gehaald.

Stelling toch nog remise. In de hectische eindfase heb ik de situatie dus iets te optimistisch beoordeeld voor zwart.

In de partij koos Peter in tijdnood ervoor de witte pion op g2 te elimineren, daarmee kostbare tempi verspelend, en het partijverlies inluidend.

 

Hopelijk heb ik enige duidelijkheid gebracht.

  Har Loeffen

 teamcaptain ad interim van ASVN 1

 

Ook Henk de Bruyne geeft nog een toelichting:

Voor alle duidelijkheid: in mijn verschil heb ik alleen aangegeven wat mijn gevoel over de stelling was, niet de objectieve werkelijkheid. Daarvoor zou ik de partij eerst in zijn geheel moeten zien en naspelen. Het kan dus best zo zijn dat de stand steeds remise was. Misschien wil iemand de hele partij naar mij opsturen? Als ik het mis had, wil ik dat graag toegeven.

 Vgr Henk (de Bruyne).

Nu de partij zelf, met commentaar van witspeler Henk van Lingen. Peter Meijer was nog niet tebereiken.

(1383) Henk van Lingen - Peter Meijer [C55]

DRL 4 - ASVN 1 Utrecht, 21.01.2009

commentaar Henk van Lingen

1.e2-e4 e7-e5 2.Pg1–f3 Pb8-c6 3.Lf1–c4 Lf8-e7 4.0–0 d7-d6 5.c2-c3 Pg8-f6 6.Tf1–e1 a7-a6

7.d2-d4 b7-b5 8.Lc4-b3 0–0 9.Dd1–d3 Lc8-g4 10.Lb3-d5 Pf6xd5

11.e4xd5 Pc6-a5 12.d4xe5 Lg4xf3 13.e5xd6 Le7xd6 14.Dd3xf3 Tf8-e8

15.Lc1–e3 Pa5-c4 16.b2-b3 Pc4-e5 17.Df3-d1 Dd8-h4

18.h2-h3 Ta8-d8 19.Pb1–d2 diagram 1 19...h7-h6

Fantasieloze en matige zet. Pd3 was interessanter geweest. 20.Pd2-f3 Ook niet erg sterk, daar het De4 toelaat.

20...Pe5xf3+ 21.Dd1xf3 Deze door zwart aangegane ruil, bevrijdt wit van mogelijke complicaties.

21...Ld6-e5 22.Ta1–c1 Td8-d7 23.c3-c4 Te8-d8 24.Te1–d1 Dh4-f6 25.Df3xf6 Le5xf6

26.Td1–d3 Lf6-b2 27.Tc1–c2 Lb2-a3 28.Tc2-d2 La3-c1

29.Td2-d1 Lc1xe3 30.f2xe3 Td7-e7 31.Kg1–f2 Mogelijk was eerst c5 sterker geweest.

31...b5xc4 32.b3xc4 Te7-e4 33.Td1–c1 Td8-b8 34.Td3-b3 Tb8-e8

35.Kf2-f3 Nu was Tcc3 met het idee Tb7 sterk geweest.

35...f7-f5 36.Tb3-c3 Te8-b8 37.Tc1–c2 g7-g5 38.c4-c5 Kg8-g7 39.d5-d6 diagram 2 39...c7-c6

Niet goed, nu zou wit Ta3 moeten doen. Tc8 was beter geweest. [39...c7xd6 40.c5xd6 Tb8-d8]

40.Tc3-c4 Te4-e8 41.Tc2-e2 Kg7-f7 42.e3-e4 f5-f4 43.e4-e5 Kf7-e6 44.Tc4-d4 Tb8-b7

45.Kf3-g4 Te8-h8 46.Kg4-h5 Th8-h7 47.Te2-d2 Tb7-d7 diagram 3

48.Td4-e4 Het thema Ta4 had hier voor de zoveelste keer gekund. 48...Td7-b7 49.h3-h4 Tb7-g7

50.Te4-d4 g5xh4 51.d6-d7 Nu is deze dreiging minder dan enige zetten terug. Koning maal h4 was beter.

51...Tg7xd7 52.Td4xd7 Th7xd7 53.Td2xd7 Ke6xd7 diagram 4: de omstreden situatie!

54.Kh5xh4 Oei. Nu mogelijk gelijk? Kg4 was goed, de h pionnen kunnen niks gezien wits g pion.

54...Kd7-e6 55.Kh4-h5 Ke6xe5 56.Kh5xh6 Ke5-e4 57.Kh6-g6 diagram 5

57...f4-f3?? Geeft de hervonden remise alsnog weg. 58.g2xf3+ Ke4xf3

59.Kg6-f6 Kf3-e3 60.Kf6-e5 Ke3-d3 61.Ke5-d6 a6-a5

62.Kd6xc6 Kd3-c4 63.Kc6-b6 a5-a4 64.c5-c6 a4-a3 65.c6-c7 1–0

 

 

 

 

 

 


Partij Loeffen-Harmens, met commentaar van Har

20 januari 2009

 

(1) H.M. Loeffen - A. Harmens [B95]

Stelling met 35 Ta2 ipv Lb3 is remise, 20.01.2009

[Loeffen,H.M.]

Antoine won fraai remise was bij goed tegenspel ook mogelijk geweest! Cruciale stelling in mijn partij tegen Antoine Harmens waarin Antoine door fraaie offers (kwaliteits-en pionoffer) schitterend won.I.p.v. de gespeelde zet 35 Lb3 Ta2 gaf Fritz 10 in zijn analyse bij het volgende verloop remise aan. 26...¥e7-d6 Diagram

XABCDEFGHY
8-+-+-trk+(
7+-wq-+pzpp'
6-+lvlp+-+&
5+-zp-+-+-%
4-+-trP+-+$
3+L+-+P+-#
2-+P+QsNPzP"
1+R+-+RmK-!
xabcdefghy

27.c2-c3 ¥d6xh2+ 28.¢g1–h1 ¦d4-d8 Diagram 1

 

XABCDEFGHY
8-+-tr-trk+(
7+-wq-+pzpp'
6-+l+p+-+&
5+-zp-+-+-%
4-+-+P+-+$
3+LzP-+P+-#
2-+-+QsNPvl"
1+R+-+R+K!
xabcdefghy

29.¤f2-d3 ¥h2-g3 30.¦f1–d1 ¦d8xd3 Diagram 2

 

XABCDEFGHY
8-+-+-trk+(
7+-wq-+pzpp'
6-+l+p+-+&
5+-zp-+-+-%
4-+-+P+-+$
3+LzPr+Pvl-#
2-+-+Q+P+"
1+R+R+-+K!
xabcdefghy

31.£e2xd3 £c7-f4 32.¢h1–g1 £f4-h6 33.¦d1–d2 Diagram 3

 

XABCDEFGHY
8-+-+-trk+(
7+-+-+pzpp'
6-+l+p+-wq&
5+-zp-+-+-%
4-+-+P+-+$
3+LzPQ+Pvl-#
2-+-tR-+P+"
1+R+-+-mK-!
xabcdefghy

33...c5-c4 34.¥b3xc4 Diagram 4

 

XABCDEFGHY
8-+-+-trk+(
7+-+-+pzpp'
6-+l+p+-wq&
5+-+-+-+-%
4-+L+P+-+$
3+-zPQ+Pvl-#
2-+-tR-+P+"
1+R+-+-mK-!
xabcdefghy

34...¥c6-a4 met de loper op b3 en beheersing van de onderste rij door de toren had ik de vluchtroute van koning via f1,e2,d1 en c2 intact gehouden. Vrijwel onmiddellijk speelde ik echter nu Lb3, totaal vergetend dat ik de controle over de onderste rij daarmee opgaf met desastreuze gevolgen. Ta2 had ik kort overwogen maar ik wilde met mijn koning graag achter de toren staan en daarmee de 2e rij controlerend.  35.¦d2-a2 Fritz 10 beveelt deze voortzetting in zijn analyse aan.

[35.¥c4-b3 ¥a4xb3 36.¦b1xb3 £h6-h2+ 37.¢g1–f1 £h2-h1+ 38.¢f1–e2 £h1–e1# mooie overwinning van Antoine!]

 35...¥a4-b5 Diagram

XABCDEFGHY
8-+-+-trk+(
7+-+-+pzpp'
6-+-+p+-wq&
5+l+-+-+-%
4-+L+P+-+$
3+-zPQ+Pvl-#
2R+-+-+P+"
1+R+-+-mK-!
xabcdefghy

36.¦b1–a1 £h6-h2+ Diagram

XABCDEFGHY
8-+-+-trk+(
7+-+-+pzpp'
6-+-+p+-+&
5+l+-+-+-%
4-+L+P+-+$
3+-zPQ+Pvl-#
2R+-+-+Pwq"
1tR-+-+-mK-!
xabcdefghy

37.¢g1–f1 ¥b5xc4 38.£d3xc4 £h2-h1+ 39.¢f1–e2 £h1xg2+ 40.¢e2-e3 Diagram

XABCDEFGHY
8-+-+-trk+(
7+-+-+pzpp'
6-+-+p+-+&
5+-+-+-+-%
4-+Q+P+-+$
3+-zP-mKPvl-#
2R+-+-+q+"
1tR-+-+-+-!
xabcdefghy

40...£g2-h3 41.¦a2-a8 ¥g3-b8 Diagram

XABCDEFGHY
8Rvl-+-trk+(
7+-+-+pzpp'
6-+-+p+-+&
5+-+-+-+-%
4-+Q+P+-+$
3+-zP-mKP+q#
2-+-+-+-+"
1tR-+-+-+-!
xabcdefghy

42.e4-e5 £h3-h2 43.£c4-f4 £h2-c2 44.£f4-b4 Diagram

XABCDEFGHY
8Rvl-+-trk+(
7+-+-+pzpp'
6-+-+p+-+&
5+-+-zP-+-%
4-wQ-+-+-+$
3+-zP-mKP+-#
2-+q+-+-+"
1tR-+-+-+-!
xabcdefghy

44...f7-f5 45.£b4xf8+ Diagram

XABCDEFGHY
8Rvl-+-wQk+(
7+-+-+-zpp'
6-+-+p+-+&
5+-+-zPp+-%
4-+-+-+-+$
3+-zP-mKP+-#
2-+q+-+-+"
1tR-+-+-+-!
xabcdefghy

45...¢g8xf8 46.¦a8xb8+ ¢f8-f7 47.¦b8-b7+ ¢f7-g6 Diagram

XABCDEFGHY
8-+-+-+-+(
7+R+-+-zpp'
6-+-+p+k+&
5+-+-zPp+-%
4-+-+-+-+$
3+-zP-mKP+-#
2-+q+-+-+"
1tR-+-+-+-!
xabcdefghy

  0.00/13  1 48.¦a1–g1+  0.00/13  0  ¢g6-h5 Er volgt eeuwig schaak met remise als gevolg  0.00/13  0  49.¦g1–h1+  0.00/13  0  ¢h5-g6  0.00/13  0  50.¦h1–g1+ Diagram

XABCDEFGHY
8-+-+-+-+(
7+R+-+-zpp'
6-+-+p+k+&
5+-+-zPp+-%
4-+-+-+-+$
3+-zP-mKP+-#
2-+q+-+-+"
1+-+-+-tR-!
xabcdefghy

  0.00/13  0  ½–½


Speltip 8: niet alles is bluf…

U bent van mij gewend dat ik normaal gesproken alleen partijen bespreek die ik niet gewonnen heb, meestal omdat ik de winnende voortzetting jammerlijk over het hoofd zag. Daarom hoop ik dat u mij voor één keer wilt vergeven, dat ik van dat nobele principe afwijk en u een partij laat zien die ik – na een waar "spervuur van offers" – glorieus heb weten te winnen. Mijn tegenstander Jan Engel gaf mij toestemming om in dit verhaal als kop van Jut te figureren.

Ik had nog een appeltje met Jan te schillen omdat ik hem in de eerste ronde van de competitie met pat had laten ontsnappen. Ik wilde dus niet alleen van hem winnen, het moest bij voorkeur ook een memorabele overwinning worden. (Maar ja, ik dagdroom wel vaker.) Na afloop vroeg Adriaan of onze vereniging ook de gewoonte had om schoonheidsprijzen uit te reiken. Nee dus, maar dat zou ook niet terecht zijn geweest. Om in aanmerking te komen voor een schoonheidsprijs dient de hele partij (in elk geval aan de zijde van de winnaar) correct te zijn geweest – en dat was hij niet. Maar wel spectaculair dus, dat zeker.

Jan Engel (wit) – Henk de Bruyne (zwart)

1. e4 e5, 2. d3 d5, 3. Pc3 Lb4, 4. Ld2 d4, 5. Pb1 (een typisch Jan Engelzetje) Le7, 6. f4 Pc6, 7. Pf3 Lg4, 8. Le2 Lxf3, 9. Lxf3 Pf6, 10. 0-0 Dd7, 11. a3 0-0-0, 12. b4 Ld6, 13. b5 Pe7, 14. fxe5 Lxe5, 15. a4 h5.

Met mijn lange rokade op de elfde zet had ik al iets van mijn bedoelingen geopenbaard, maar nu wordt het helemaal duidelijk: aanvallen via de halfopen h-lijn, met ondersteuning van mijn Loper die op h2 gericht staat.

16. Pa3 h4, 17. Pc4 (zie diagram 1).

Diagram 1.

Wit valt mijn Loper op e5 aan. Als ik hem nu zou verdedigen, bijvoorbeeld door 17. … Pg6, 18. Pxe5 Pxe5, ben ik mijn dreiging op h2 kwijt. Maar als ik hem meteen op h2 offer, blijft mijn pion op h4 mijn eigen aanval in de weg staan. Daarom neem ik het drieste besluit mijn Loper in de aanbieding te doen in ruil voor een volledig open h-lijn:

17. … Lg3!?

Mijn trouwe edoch gevoelloze secondant Fritz keurt deze zet natuurlijk af – en ongetwijfeld heeft hij schaaktechnisch gezien gelijk. Maar ja, hij begrijpt op zijn beurt niets van de menselijke ziel. In de partij gaat Jan Engel (die de dreiging van de open h-lijn volgens eigen zeggen niet had voorvoeld) maar wat gretig op het genereuze aanbod in.

18. hxg3 hxg3, 19. e5?!

Jan heeft natuurlijk ook zijn eigen snode plannetjes. Met zijn laatste zet wil hij mijn Paard op f6 dwingen de dekking van veld g4 los te laten, bijvoorbeeld 19. … Pfd5, 20. Lg4!, waarna noch 20. … f5, 21 exf6 noch 20. … Pf5, 21. Lxf5 het verlies van de zwarte Dame meer kan voorkomen. Maar ik had goed berekend dat mijn aanval net een fractie sneller is.

19. … Th2 (ik offer na de Loper een tweede stuk; Jan mag het niet aannemen, maar doet het toch), 20. exf6 Tdh8! (zie diagram 2).

Diagram 2.

En nu dringt de gruwelijke realiteit ook tot mijn tegenstander door. Zijn ‘afmaker’ 21. Lg4 wordt meer dan afdoende gepareerd door mijn doodsteek 21. … Th1±! En Jan kan het mat nu alleen nog maar afwenden door al het gewonnen materiaal per omgaand terug te geven:

21. Lh5 T2xh5, 22. Dxh5 Txh5, 23. fxe7 Dxe7 (zie diagram 3).

Diagram 3.

Kijk eens aan, ik heb al mijn geofferde materiaal volledig terug en beschik nog steeds over de open h-lijn en de ver opgerukte pion op g3 die de witte Koning aardig op zijn benarde plekje vastpint. Wat het voor Jan nog ingewikkelder maakt: van de 35 zetten waaruit hij nu in theorie kan kiezen, is er zegge en schrijve maar één die het leed nog enigszins binnen de perken houdt, namelijk het niet erg voor de hand liggende Tf4. Fritz ziet zoiets meteen, voor het menselijk brein is dat een heel stuk moeilijker. Dat Jan deze voortzetting mist, mogen we hem dan ook niet aanrekenen.

24. Tf3 Th1+! (weer een stuk op het offerblok, een hele Toren ditmaal; ik ben nu echt niet meer te houden, gelijk de vroegere grootmeesters uit de negentiende eeuw), 25. Kxh1 Dh4+, 26. Kg1 Dh2+, 27. Kf1 Dh1+, 28. Ke2 Dxg2+, 29. Kd1 Dxf3+, 30. Kc1 Df1+, 31. Kb2 Dxa1+ (zie diagram 4 – en bedenk intussen dat ik zojuist maar liefst acht maal achter elkaar schaak heb gegeven…!).

Diagram 4.

Met mijn laatste zet rond ik in stijl af: ook mijn Dame offer ik (nog net niet aan de Goden, maar een Engel komt toch in de buurt), want na 32. Kxa1 is mijn g-pion niet meer van promotie af te houden, bijvoorbeeld: 32. … g2, 33. c3 g1D+. Ik krijg een nieuwe Dame tegen twee lichte officieren en ook nog eens twee supervrije pionnen op de Koningsvleugel.

Jan beziet het allemaal, bedankt in stilte zijn Koning voor het feit dat deze op de vijfentwintigste zet de zwarte Toren op h1 sloeg en dat diezelfde Koning zeven zetten later helemaal aan de andere kant van het bord de zwarte Dame op a1 zou kunnen slaan, waar haalt hij de energie vandaan vraag je je af – en geeft zich dan over: 0-1.

Henk de Bruyne

Toegift

Stel dat Jan vanuit diagram 4 Kb3 had gespeeld en stel bovendien dat ik geen haast had gehad om de partij te beëindigen – tijd genoeg tenslotte – dan was de volgende voortzetting mogelijk geweest:

32. Kb3 Db1+, 33. Pb2 g2, 34. Le3 dxe3, 35. b6 axb6, 36. a5 g1D, 37. Kc3 e2, 38. d4 e1D+, 39. Kb3 f5, 40. c3 f4, 41. a6 bxa6, 42. d5 f3, 43. c4 f2, 44. d6 f1D, 45. d7+ Kxd7, 46. Ka3 g5, 47. Kb3 g4, 48. Ka3 g3, 49. Kb3 g2, 50. Ka3 Dh1, 51. Kb3 g1D (zie slotdiagram).

Slotdiagram.

Ik durf te wedden dat Jan in dat geval geprobeerd zou hebben zich pat te laten zetten: 52. Ka3 c5, 53. Kb3 Da5 remise.

 

 

 


Mijn meest belabberde competitiestart tot dusver…

Na twee ronden sta ik op 50 procent: twee remises. Dat is qua punten evenveel als vorig jaar en een vol punt meer dan het jaar daarvoor (mijn eerste jaar als clubspeler), maar toch ben ik uitermate ontevreden, omdat ik in beide partijen lange tijd glad gewonnen heb gestaan en de winst uiteindelijk op deerniswekkende wijze uit handen heb gegeven. Dat belooft dus wat voor de rest van het seizoen…

In mijn eerste partij (met wit tegen Jan Engel) ziet de stand er na negen zetten als volgt uit:

 

Ik sta potverdrie al een kwaliteit en drie pionnen voor! Weliswaar ga ik mijn Paard op h8 verliezen, maar toch. Door een paar mindere zetten raak ik mijn voordeel even later grotendeels kwijt, maar ik blijf wel het initiatief houden en na de eenentwintigste zet heb ik het eerdere voordeel weer helemaal terug: deze keer sta ik een kwaliteit en twee pionnen voor, maar nu zonder gevaar een stuk kwijt te raken. Omdat Jan alert blijft verdedigen en ikzelf een aantal keren de mist in ga, duurt het nog tot om en nabij de zeventigste zet voordat alle stofwolken een beetje zijn opgetrokken. Er staat een eindspel op het bord van K+pion tegen K.

Wat ik vervolgens presteer zou een reden moeten zijn om me niet eens mee te laten doen aan het toelatingsexamen van Stap 1. Met mijn witte Koning op e6, mijn pion op f6 en de zwarte Koning op g8 – een stand die tot een simpel mat in acht moet leiden – speel ik 73. f7+???? Vraagtekens schieten tekort. Jan bedenkt zich uiteraard geen moment en antwoordt, met een bijkans sardonische grijns op zijn gezicht: 73. … Kf8, waarna ik voor mijn volgende zet mag kiezen of ik mijn pion laat slaan of mijn tegenstander pat zet…!

Een week later heb ik zwart tegen de jongste van de Wallace Brothers. Ik speel graag tegen Gavin (onze onderlinge ontmoetingen zijn nooit saai), alhoewel ik moeite heb met het daarbij geldende speeltempo: slechts 1 uur en 15 minuten zonder uitloop. En Gavin staat bekend als een snelle speler. Met zwart heb ik bovendien nog nooit van hem gewonnen.

Ik begin voor mijn eigen gevoel goed. Gavin geeft mij al met zijn vierde zet de kans om zijn Loper tegen mijn Paard af te ruilen waarbij hij met zijn h-pion moet terugslaan en als hij een paar zetten later desondanks kort rokeert, is mijn plan gemaakt: aanvallen over de halfopen h-lijn…!

Na de tweeëntwintigste zet van Wit staat de volgende stelling op het bord:

De witte Koning staat er, zacht uitgedrukt, beklemd bij. Als het witte Paard op f3 bijvoorbeeld een Toren was geweest, zou ik nu in drie zetten mat kunnen geven. Het Paard is dus heel erg aan f3 gebonden. Ook de witte Dame staat ongelukkig, namelijk ongedekt en met weinig vluchtvelden. Door deze beide zwaktes kan ik direct toeslaan: 22. … De4! Gavin denkt wel een kwartier na over een realistisch vluchtplan voor zijn Koningin, maar moet er uiteindelijk gewoon in berusten dat dameruil zijn enige optie is: 23. Dxe4 dxe4. En nu staat dus het witte Paard door pion e4 aangevallen terwijl hij het veld h2 moet blijven verdedigen. Gavin probeert het nog even met 24. Ph4, maar na 24. … g5 is het echt gedaan met zijn knol (25 f4 gxh4).

Oké, ik sta dus een gezond Paard voor en, wat nog mooier is, ik heb bijna 20 minuten meer op mijn klok dan Gavin. Het komt er nu op aan mijn kop erbij te houden en de ‘betere’ stelling ook echt in winst om te zetten. De rol van mijn net gecreëerde h-pion is daarbij uiteraard essentieel. Eerst moet ik enige tijd rustig manoeuvreren om mijn stukken op de juiste velden te krijgen, maar op den duur komt de strop om Gavin’s nek toch behoorlijk strak te zitten. Na zijn drieëndertigste zet krijg ik een uitgelezen kans om de partij naar mij toe te trekken – helaas zie ik het niet:

 

De ‘dodelijke’ voortzetting ontstaat als ik nu mijn Toren zou offeren: 33. … Txf4! 34. exf4 Lxf4, even later gevolgd door Lxg3 Kxg3, waarna mijn h-pion vrije doortocht heeft. Jammerlijk gemiste kans dus, maar daarom niet getreurd. Terwijl ik in de partij doorga mijn stukken verder in positie te brengen, zint Gavin koortsachtig op een list om onder de druk uit te komen – en ik… ik heb daar geen oog voor, ik zie alleen maar hoe ik zijn Koning steeds verder de hoek in ga drijven en, wie weet, matzetten. Het spannende partijverloop blijft niet onopgemerkt; steeds meer toeschouwers verzamelen zich rond onze tafel, de emoties zijn voelbaar. En dan komt het moment suprême…:

Dit is de stelling na de vierenveertigste zet van Zwart. De beslissing is nabij. Zwart dreigt 45. … Lf2! Wit kan de Loper niet nemen wegens onmiddellijk mat op g1 en welke zet hij vervolgens ook doet, na 46. … Tg1+, 47. Txg1 hxg1D is het alsnog mat. Denk ik dus… Maar ik houd totaal geen rekening met de list die Gavin intussen heeft verzonnen, want in de diagramstelling speelt hij 45. Tf6. Nu had ik dus – tijd genoeg tenslotte – moeten uitzoeken waarom Gavin op dat moment deze zet speelt. Maar dat doe ik niet, bijna a tempo speel ik mijn glorieuze Lf2 en, zonder zelfs maar naar Gavin’s Th6 te kijken, meteen daarop Tg1+. Stomverbaasd zie ik vervolgens hoe Wit ontsnapt via Kxh2 omdat deze pion niet langer door mijn andere Toren gedekt wordt! In één klap mijn hele stelling naar de gatsmodee! Materieel is de partij weer in evenwicht; het enige wat ik nog op Gavin voor heb, is tijd: Gavin heeft nog maar twee minuten op zijn klok, ik bijna twintig! Met de moed der wanhoop speel ik door – in de hoop hem dan maar ‘door zijn klok te jagen’. Maar ook die vlieger gaat niet op. Wanneer Gavin nog 16 seconden overheeft, verdwijnen de laatste pionnen van het bord. Het resterende eindspel is K+T tegen K+T. Ik wil doorspelen, maar Gavin zet de klok stil, haalt de wedstrijdleider erbij en claimt – met succes – remise. Ik gun het hem van harte, hij heeft er hard en vindingrijk voor geknokt, maar oh… wat heb ik stiekem de smoor in.

Na afloop is er natuurlijk nog enige discussie over de reglementen. Ikzelf had altijd gedacht dat je gewoon mocht proberen je tegenstander op de klok te verslaan (alleen in een stand waarin winst echt niet meer mogelijk is, zou een remise geclaimd kunnen worden), maar blijkbaar was die regel intussen afgeschaft. Hoe dan ook, het is ingewikkelde kost die gelukkig niet dagelijks langskomt.

Weet dus, beste schaakvrienden van ASVN, als je in een partij tegen mij achter komt te staan, geef niet op, speel gewoon door, er komt vanzelf een moment dat ik mijn eigen voordeel op gruwelijke wijze om zeep help…

Waarvan akte.

 

Henk de Bruyne

 

Naschrift

(Uit een recente column van Hans Ree op de website van NRC Handelsblad)

In het wereldkampioenschap van de vrouwen, dat wordt gespeeld in Nalchik, de hoofdstad van de Russische deelrepubliek Kabardino-Balkarian, werd een partijtje gespeeld dat komisch zou zijn als het niet zo’n treurig licht wierp op de manier waarop tegenwoordig wereldkampioenschappen beslist kunnen worden. In de eerste ronde van dit knock-out toernooi speelde de Poolse Monika Socko tegen de Roemeense Sabina-Francesca Foisor. Na twee gewone partijen, twee rapidpartijen en twee vluggertjes stond het nog steeds gelijk. Dan komt volgens het reglement het vluggertje dat het Armageddon wordt genoemd. Wit krijgt 6 minuten, zwart 5, en als het remise wordt gaat de zwartspeelster door naar de volgende ronde.

Het werd een krankzinnige vertoning waarin ze om de beurt stukken omver gooiden en tenslotte in razende vaart een belachelijk eindspel uitspeelden waarin ze beiden slechts koning en paard hadden. Toen viel de vlag van Foisor, die met zwart speelde. Socko had nog een seconde over. De wedstrijdleiders beslisten dat de partij remise was, omdat er met koning en paard met normaal spel geen mat mogelijk is. Het betekende dat Foisor door zou gaan naar de volgende ronde.

Socko protesteerde, omdat er theoretisch wel een mat mogelijk was als de verliezende partij maar goed mee zou willen werken. Je kunt het een belachelijk argument vinden, maar volgens de reglementen van de FIDE had ze gelijk. Later kreeg ze dat gelijk ook. De partij werd door de commissie van beroep voor haar gewonnen verklaard en ze plaatste zich daarmee voor de volgende ronde.

 

Mijn meest belabberde competitiestart tot dusver…

Na twee ronden sta ik op 50 procent: twee remises. Dat is qua punten evenveel als vorig jaar en een vol punt meer dan het jaar daarvoor (mijn eerste jaar als clubspeler), maar toch ben ik uitermate ontevreden, omdat ik in beide partijen lange tijd glad gewonnen heb gestaan en de winst uiteindelijk op deerniswekkende wijze uit handen heb gegeven. Dat belooft dus wat voor de rest van het seizoen…

In mijn eerste partij (met wit tegen Jan Engel) ziet de stand er na negen zetten als volgt uit: Diagram1

Ik sta potverdrie al een kwaliteit en drie pionnen voor! Weliswaar ga ik mijn Paard op h8 verliezen, maar toch. Door een paar mindere zetten raak ik mijn voordeel even later grotendeels kwijt, maar ik blijf wel het initiatief houden en na de eenentwintigste zet heb ik het eerdere voordeel weer helemaal terug: deze keer sta ik een kwaliteit en twee pionnen voor, maar nu zonder gevaar een stuk kwijt te raken. Omdat Jan alert blijft verdedigen en ikzelf een aantal keren de mist in ga, duurt het nog tot om en nabij de zeventigste zet voordat alle stofwolken een beetje zijn opgetrokken. Er staat een eindspel op het bord van K+pion tegen K.

Wat ik vervolgens presteer zou een reden moeten zijn om me niet eens mee te laten doen aan het toelatingsexamen van Stap 1. Met mijn witte Koning op e6, mijn pion op f6 en de zwarte Koning op g8 – een stand die tot een simpel mat in acht moet leiden – speel ik 73. f7+???? Vraagtekens schieten tekort. Jan bedenkt zich uiteraard geen moment en antwoordt, met een bijkans sardonische grijns op zijn gezicht: 73. … Kf8, waarna ik voor mijn volgende zet mag kiezen of ik mijn pion laat slaan of mijn tegenstander pat zet…!

Een week later heb ik zwart tegen de jongste van de Wallace Brothers. Ik speel graag tegen Gavin (onze onderlinge ontmoetingen zijn nooit saai), alhoewel ik moeite heb met het daarbij geldende speeltempo: slechts 1 uur en 15 minuten zonder uitloop. En Gavin staat bekend als een snelle speler. Met zwart heb ik bovendien nog nooit van hem gewonnen.

Ik begin voor mijn eigen gevoel goed. Gavin geeft mij al met zijn vierde zet de kans om zijn Loper tegen mijn Paard af te ruilen waarbij hij met zijn h-pion moet terugslaan en als hij een paar zetten later desondanks kort rokeert, is mijn plan gemaakt: aanvallen over de halfopen h-lijn…!

Na de tweeëntwintigste zet van Wit staat de volgende stelling op het bord: Diagram2

De witte Koning staat er, zacht uitgedrukt, beklemd bij. Als het witte Paard op f3 bijvoorbeeld een Toren was geweest, zou ik nu in drie zetten mat kunnen geven. Het Paard is dus heel erg aan f3 gebonden. Ook de witte Dame staat ongelukkig, namelijk ongedekt en met weinig vluchtvelden. Door deze beide zwaktes kan ik direct toeslaan: 22. … De4! Gavin denkt wel een kwartier na over een realistisch vluchtplan voor zijn Koningin, maar moet er uiteindelijk gewoon in berusten dat dameruil zijn enige optie is: 23. Dxe4 dxe4. En nu staat dus het witte Paard door pion e4 aangevallen terwijl hij het veld h2 moet blijven verdedigen. Gavin probeert het nog even met 24. Ph4, maar na 24. … g5 is het echt gedaan met zijn knol (25 f4 gxh4).

Oké, ik sta dus een gezond Paard voor en, wat nog mooier is, ik heb bijna 20 minuten meer op mijn klok dan Gavin. Het komt er nu op aan mijn kop erbij te houden en de ‘betere’ stelling ook echt in winst om te zetten. De rol van mijn net gecreëerde h-pion is daarbij uiteraard essentieel. Eerst moet ik enige tijd rustig manoeuvreren om mijn stukken op de juiste velden te krijgen, maar op den duur komt de strop om Gavin’s nek toch behoorlijk strak te zitten. Na zijn drieëndertigste zet krijg ik een uitgelezen kans om de partij naar mij toe te trekken – helaas zie ik het niet:Diagram3

 

De ‘dodelijke’ voortzetting ontstaat als ik nu mijn Toren zou offeren: 33. … Txf4! 34. exf4 Lxf4, even later gevolgd door Lxg3 Kxg3, waarna mijn h-pion vrije doortocht heeft. Jammerlijk gemiste kans dus, maar daarom niet getreurd. Terwijl ik in de partij doorga mijn stukken verder in positie te brengen, zint Gavin koortsachtig op een list om onder de druk uit te komen – en ik… ik heb daar geen oog voor, ik zie alleen maar hoe ik zijn Koning steeds verder de hoek in ga drijven en, wie weet, matzetten. Het spannende partijverloop blijft niet onopgemerkt; steeds meer toeschouwers verzamelen zich rond onze tafel, de emoties zijn voelbaar. En dan komt het moment suprême…:Diagram4

Dit is de stelling na de vierenveertigste zet van Zwart. De beslissing is nabij. Zwart dreigt 45. … Lf2! Wit kan de Loper niet nemen wegens onmiddellijk mat op g1 en welke zet hij vervolgens ook doet, na 46. … Tg1+, 47. Txg1 hxg1D is het alsnog mat. Denk ik dus… Maar ik houd totaal geen rekening met de list die Gavin intussen heeft verzonnen, want in de diagramstelling speelt hij 45. Tf6. Nu had ik dus – tijd genoeg tenslotte – moeten uitzoeken waarom Gavin op dat moment deze zet speelt. Maar dat doe ik niet, bijna a tempo speel ik mijn glorieuze Lf2 en, zonder zelfs maar naar Gavin’s Th6 te kijken, meteen daarop Tg1+. Stomverbaasd zie ik vervolgens hoe Wit ontsnapt via Kxh2 omdat deze pion niet langer door mijn andere Toren gedekt wordt! In één klap mijn hele stelling naar de gatsmodee! Materieel is de partij weer in evenwicht; het enige wat ik nog op Gavin voor heb, is tijd: Gavin heeft nog maar twee minuten op zijn klok, ik bijna twintig! Met de moed der wanhoop speel ik door – in de hoop hem dan maar ‘door zijn klok te jagen’. Maar ook die vlieger gaat niet op. Wanneer Gavin nog 16 seconden overheeft, verdwijnen de laatste pionnen van het bord. Het resterende eindspel is K+T tegen K+T. Ik wil doorspelen, maar Gavin zet de klok stil, haalt de wedstrijdleider erbij en claimt – met succes – remise. Ik gun het hem van harte, hij heeft er hard en vindingrijk voor geknokt, maar oh… wat heb ik stiekem de smoor in.

Na afloop is er natuurlijk nog enige discussie over de reglementen. Ikzelf had altijd gedacht dat je gewoon mocht proberen je tegenstander op de klok te verslaan (alleen in een stand waarin winst echt niet meer mogelijk is, zou een remise geclaimd kunnen worden), maar blijkbaar was die regel intussen afgeschaft. Hoe dan ook, het is ingewikkelde kost die gelukkig niet dagelijks langskomt.

Weet dus, beste schaakvrienden van ASVN, als je in een partij tegen mij achter komt te staan, geef niet op, speel gewoon door, er komt vanzelf een moment dat ik mijn eigen voordeel op gruwelijke wijze om zeep help…

Waarvan akte.

Henk de Bruyne

Naschrift

(Uit een recente column van Hans Ree op de website van NRC Handelsblad)

In het wereldkampioenschap van de vrouwen, dat wordt gespeeld in Nalchik, de hoofdstad van de Russische deelrepubliek Kabardino-Balkarian, werd een partijtje gespeeld dat komisch zou zijn als het niet zo’n treurig licht wierp op de manier waarop tegenwoordig wereldkampioenschappen beslist kunnen worden. In de eerste ronde van dit knock-out toernooi speelde de Poolse Monika Socko tegen de Roemeense Sabina-Francesca Foisor. Na twee gewone partijen, twee rapidpartijen en twee vluggertjes stond het nog steeds gelijk. Dan komt volgens het reglement het vluggertje dat het Armageddon wordt genoemd. Wit krijgt 6 minuten, zwart 5, en als het remise wordt gaat de zwartspeelster door naar de volgende ronde.

Het werd een krankzinnige vertoning waarin ze om de beurt stukken omver gooiden en tenslotte in razende vaart een belachelijk eindspel uitspeelden waarin ze beiden slechts koning en paard hadden. Toen viel de vlag van Foisor, die met zwart speelde. Socko had nog een seconde over. De wedstrijdleiders beslisten dat de partij remise was, omdat er met koning en paard met normaal spel geen mat mogelijk is. Het betekende dat Foisor door zou gaan naar de volgende ronde.

Socko protesteerde, omdat er theoretisch wel een mat mogelijk was als de verliezende partij maar goed mee zou willen werken. Je kunt het een belachelijk argument vinden, maar volgens de reglementen van de FIDE had ze gelijk. Later kreeg ze dat gelijk ook. De partij werd door de commissie van beroep voor haar gewonnen verklaard en ze plaatste zich daarmee voor de volgende ronde.


Karel in Gent

Mijn "laatste" toernooi had dieptepunten en een paar hoogtepunten. 

 (Toelichting: na zijn vervelende ervaringen in Oosterbeek overweegt Karel te stoppen met schaken. Zie ASVN op Stap. Wij vinden dat onvoorstelbaar, voor ons en voor Karel zelf. Wat is nu een leven zonder schaken, Karel? Wat is nu een Karel zonder schaken, leven? Wat is nu schaken zonder Karel?? PJM)

De eerste ronde speelde ik tegen Bianca Muhren met wit aan het 20e bord. Zij was op rating de 20e deelnemer. Normaal verloren uiteraard. Het pakken van mijn toren verraste mij echter volkomen. Helemaal niet gezien!! Zij was stukken beter.  

In de 2e ronde bracht mijn Belgische tegenstander een prachtig pionoffer op de 9e zet, welke ik na circa 20 minuten bedenktijd uiteindelijk toch maar niet aannam. Achteraf terecht denk ik! Bijna na de volle 4 uur gaf mijn tegenstander op.

De 3e ronde gaf ik na 10 (!!!) zetten op. Dacht stukverlies na mijn opening door 10. ... f2+ op te lopen.

Nu net gezien dat het slaande stuk ook geen vluchtveld had!! Dus te vroeg opgegeven!! Wel zeer toevallig dat 2 jaar geleden in de 1e ronde mijn tegenstander dezelfde was.

Notatie partijtje.

K. den Boer - L. van Hoecke (2079).

1. d4  Pf6; 2. Pc3  d5; 3.  f3  c5; 4. e4  e6; 5. Lg5  e4x; 6. c5x  Dd1x+; 7. Td1x  f3x; 8. Pe4 Pbd7; 9. Pd6+ Ld6x; 10. d6x  f2+ en de opgave van wit moet achteraf met veel vraagtekens aangewezen worden.

Na 11. Kf2x Pe4+; wordt het verlies van loper op g5 gecompenseerd na 12. Ke3! Pg5x; met 13. h4 en het paard heeft geen vluchtveld. Wat een sukkelaars zijn we toch. Ook Van Hoecke was verguld van zijn 10e zet.

Een ieder moest zijn zet bewonderen!!

Bij nader inzien blijkt de stelling na 13. h4 nog wel speelbaar voor wit. Zwart blijft sukkelen met zijn ontwikkeling. Alleen de witte koning staat wel erg bloot in het midden van het bord.

's Avonds de volle tijd verbruikt tegen een jeugdige schaker uit België. Gewonnen. 2 uit 4. Dus zwart had bij mij alles gewonnen.

De volgende dag was het geheel "hosannah". Beide partijen gewonnen. 4 uit 6!! Nog nooit in al die jaren dit resultaat op dat moment bereikt! De 5e partij met wit tegen een Amsterdammer. Goede en leuke partij.

In de 6e ronde ging mijn Belgische tegenstander wel erg lang door. Rekende (hoopte) nog op een patmogelijkheid. 

De 7e ronde had ik als tegenstander Adrian Roos. Vorig jaar ook mijn tegenstander in dezelfde speelruimte.

De kleurverdeling was ook dezelfde.

Opening door mij min of meer verknald. Gedwongen kwalverlies te accepteren op de 13e zet. Anders 2 pionnen verlies zonder enige compensatie. Dacht reeds aan opgeven. Echter toch nog doorgespeeld. Het paardenstel was in eerste instantie voldoende compensatie. Teveel tijd verbruikt. Met de vlag van mijn klok op vallen tegen een tijdsvoordeel van mijn jeugdige Gentse tegenstander van nog circa 3 kwartier besloot hij zijn toren tegen het paard te ruilen na de volgende stelling met wit aan zet.:

Wit: Kc5, Pc3. pion c4

Zwart: Ke7, Tb3, pionnen a5 en e6

 

48. Pa4 Tb1; 49. Pb6 Tb6x ?!; 50. Kb6x  en ik dacht reeds remise te kunnen bereiken.

Het dramatische vervolg in razende tijdnood mijnerzijds wil ik je niet onthouden.

50. ...a4; 51. c5  a3; 52. c6  a2; 53  c7  a1D ; 54. c8D  Dd4; 55. Kb5  e5; 56. Dc5+(???) Dc5x. en de overblijvende zwarte pion levert de winst op voor zwart!

Na 56. Dc4!! is het theoretisch remise. Of ik de remiseclaim zou kunnen houden gezien mijn grote tijdnood, blijft nog te bezien!!

Dus i.p.v. 4 1/2 uit 7 bleef de score beperkt tot 4 uit 7.

De volgende dag verloor ik beide partijen. Dus de eindscore bleef beperkt tot 4 uit 9!

[Karel den Boer]


De mooiste combinatie van mijn leven

PieterJan Mellegers

Het was in de tweede ronde van het senioren- en veteranen toernooi in Oosterbeek. Ik speelde tegen Hendrik van Buren, een krasse veteraan, die op de fiets vanuit Hattem gekomen was. Dat had ik niet geweten als de wedstrijdleider niet tijdens de partij langsgekomen was met bandenplakspullen, want Hendrik had op de heenweg een lekke band opgelopen. Onze partij verliep vrij avontuurlijk: ik speelde de Moderne Opening maar dan met d5 in plaats van e5, Hendrik gooide de g-pion naar voren en wist mij mijn h-pion af te troggelen. Hierbij zag hij af van een rokade. Voor een tegenaanval op de andere vleugel dacht ik een penning te kunnen benutten. De stand was

diagram 1
Mijn zet was Lxd4?! Helaas had ik de eenvoudige weerlegging (b3-b4) niet gezien! Toch is de situatie voor zwart nog vol mogelijkheden:
bijvoorbeeld Pd7-e5 en Ld4xf2+.
Fritz geeft de situatie weer als +0,94, dus ongeveer een pion voorsprong voor wit. Maar tijdens een partij kun je niet even Fritz laten evalueren om te weten of je fout stom, erg stom of een tikkeltje stom was.






 

Na 18...Lg7xd4
19.b3-b4± Pd7-e5
deed wit 20.Df3-d1

 Eerst de dame slaan pakt minder goed uit: 
20.b4xa5 Pe5xf3+
21.Ke1–e2 Pf3-e5
22.c3xd4 Ph5-f4+
23.Ke2-e3 Pe5xd3 =
Het is een opeenvolgende serie van tussenzetten. Het is verbazingwekkend hoeveel schaakzetten en aanvallen op de dame zwart heeft. Nu deed ik eerst 20...Pe5xd3+
[20...Ld4xf2+!? 21.Pe4xf2 Da5-d5]
21.Dd1xd3 Ld4xf2+ Zie d
iagram
2

Wit slaat met de koning, waar slaan met het paard veiliger lijkt. Zwart geeft schaak en wit zet de dame ertussen, want nu dames ruilen komt wit goed uit, zwart niet. Zwart bereidt een aftrekaanval voor door zijn paard ertussen te zetten; zwart kan er overigens ook nog een toren bij betrekken.
22.Ke1xf2
[22.Pe4xf2 Da5-e5+ 23.Dd3-e4 De5-g3]
22...Da5-f5+
 
23.Dd3-f3+- Ph5-f4
24.Ta1–d1 Ta8-d8
 25.c3-c4 Diagram 3
Twee torens tegenover elkaar... op een open lijn. De vraag is altijd: wie slaat wie en wanneer? Hier pakte het anders uit.
 Wordt vervolgd!
(wie raadt de zet van zwart?)

Nog twee partijen uit het Bilderbergtoernooi voor senioren juli 2008

 Jo Schreinemachers - PieterJan Mellegers, vijfde en laatste ronde

Ik had 3 uit 4, Schreinemachers 4 uit 4. Het was de laatste ronde, dus ik kon hoogstens gelijk komen. Maar voor de eerste plaats zou het onderlinge resultaat beslissend zijn. Ik verwachtte vroeger of later een remiseaanbod, maar dat kwam niet. Wel logisch, want ik beging al snel in de opening een onnauwkeurigheid, die mij in een sterk gedrongen positie bracht.
Hier is de situatie al moeilijk. Wit heeft van alles op d6 gericht, en bij zwart staan verschillende stukken elkaar in de weg. Ik kon d6 nog een keer extra dekken met Pf6-e8 of de toren van e7, maar die toren ging de loper blokkeren. Vooruitziend verwachtte ik een doorbraak met de zwarte dame naar d8, waarbij de loper en toren op de achtste rij buitenspel zouden komen te staan. Ik wilde de loper wegspelen van de onderste rij, maar een tegenaanval moest eerst Dxd6 afhouden. Daarom twijfelde ik het meest tussen Pf6-e8 en Pf6-h5.
Ph5 is een riskante zet, die waarschijnlijk tot het verlies van datzelfde paard zou leiden. Maar ik moest hoe dan ook iets van initiatief krijgen, want als ik alleen zou verdedigen rolde de witte wals gewoon over mij heen. Mijn lichtpuntje was, dat de witte koning betrekkelijk onbeschermd stond.
Dus ik speelde 18...Pf6-h5 en er volgde
19.Lf4-g5 f7-f6
20.Lg5-e3 Lc8-e6? (diagram 2).
Het is nu duidelijk dat het zwarte paard er inderdaad aangaat. Zwart heeft één klein tegenpuntje, de pion van c4 staat dubbel aangevallen. Er verschijnt nu een fata morgana met Lxc4, Lxc4, Pxf3+! waarbij de witte dame gepakt wordt, maar tegenstanders werken doorgaans niet zo bereidwillig mee. 
Wit neemt inderdaad het zwarte paard met
21.g2-g4 Le6xc4 22.g4xh5...
Even twijfelde ik of ik wel terug zou slaan, maar de open g-lijn is nu net één van mijn lichtpuntjes, dus
22... g6xh5  en daar komt de aanval: 23.Dd2xd6
. Toch had wit beter iets degelijker kunnen voorbereiden met b2-b4 of desnoods b2-b3. Nu krijg ik de kans door middel van een aantal schaakjes wat pionnen uit te schakelen.

23...Lc4xe2  
24.Pc3xe2 24.Pe5xf3+  Diagram 3

Wit wil zijn h-pion beschermen en valt instinctief ook het paard aan, maar dat geeft de kans op nog een schaakje. Bovendien staat er nu een toren op e7 vrij, die graag komt assisteren.


25.Kg1–g2 Pf3-h4+
26.Kg2-h3??

Mijn idee was, de toren erbij te halen en op e5 mijn volgende pion weg te snoepen. De toren zou het paard op h4 dekken en samen zouden zij er nog iets moois van kunnen maken... dacht ik.
Maar met Kh3 komt er een ander stuk in beeld: de dame op c7, die al vele zetten lang staat af te wachten wanneer ze eens afgeruild wordt. Deze dame krijgt een veel betere toekomst!
26...Dd8+! Wit heeft nu nog maar één zet met uitzichten, Kh3-g3, maar dat zijn zeker sombere vooruitzichten!
Mijn tegenstander koos echter 27. Kxh4 en dan volgt het plotselinge einde 27... Dc8-g4 ++.

Bij de nabespreking bleek, dat 25. Kh1 weliswaar goed zou zijn geweest, maar ook geen garantie op de winst. Zwart heeft drie pionnen voor zijn paard en het initiatief.

 

(fragment uit derde partij volgt nog, PJM)


F7-F6… en wat dan?

Henk de Bruyne

Een paar weken geleden speelde ons tweede viertal tegen de Doredenkers uit Wijk bij Duurstede. Ikzelf had wit tegen een mevrouw voor wie het schaken vooral hobby leek te zijn – en dan druk ik mij vriendelijk uit.

Na de beginzetten 1. e4 e5, 2. Pf3 Pc6, 3. Lc4 getuigde haar 3. … h6 al niet van overdreven veel daadkracht, maar toen ik vervolgens met 4. d4 het initiatief zocht, raakte ze onmiddellijk de weg kwijt: 4. … f6??

stelling henk de Bruyne

Daar zat ik dan, met het onverwachte vooruitzicht op een zekere winstpartij en als voornaamste taak om nu vooral mijn kop erbij te houden. Want tja, f7-f6, hoe zat het ook weer? Je moet het natuurlijk ‘afstraffen’, zo’n zet, maar hoe doe je dat, als je hem in de praktijk nooit tegenkomt? Enfin, na een minuutje staren naar het buitenkansje en het nodige getwijfel tussen allerlei fraaie voortzettingen – de een nog veelbelovender dan de ander – koos ik voor het ‘tactische’ 5. dxe5, en toen mijn opponente daarop met 5. … fxe5 reageerde, was de partij in hogere zin eigenlijk al gespeeld: 6. Pxe5 Pxe5, 7. Dh5+ g6, 8. Dxe5+. Helaas bleek mijn tafeldame liever met eindeloos nadenken door haar vlag te gaan dan ordentelijk op te geven, dus werd het nog een hele zit voor het punt gescoord was.

Later, thuis, in de rust van de studeerkamer, een glaasje Cabernet sauvignon onder handbereik, pianosonates van Haydn op de achtergrond, liet ik m’n onvolprezen Fritz 11 nog maar eens naar de bewuste stand kijken. (Zolang ik Fritz niet uitzet, gaat hij door met analyseren.) Al na enkele minuten ontstond er een soort van Top-7: Fritz waardeerde deze zeven zetten met scores rond of boven de +2.00. [Voor de niet-ingewijden: een punt staat ongeveer gelijk aan de waarde van een pion. Stellingen met waarden boven de +3.00 zijn normaal gesproken altijd in winst om te zetten.]

Drie van de zetten uit dat rijtje waren normale ontwikkelingszetten, te weten 0-0, Pc3 en Le3. Drie andere zetten lieten de ontwikkeling tijdelijk voor wat het was en richtten zich direct op de zwakke structuur van zwarts centrum: d5, dxe5 en Pxe5. Het grappige was echter dat deze zetten nauwelijks als sterker werden beoordeeld dan de drie ‘gewone’ ontwikkelingszetten. Afhankelijk van de diepte van analyseren verwisselden ze zelfs regelmatig met elkaar van plaats.

Maar er was één zet – eentje die noch als normale ontwikkelingszet noch als tactische zet kon worden beschouwd – die daar duidelijk bovenuit stak: Ph4! Al snel waardeerde Fritz deze zet boven de +3.00 en dat bleef verder zo. Bij een diepte van 25 zetten (bereikt na een etmaal onafgebroken analyseren), was de waardering nog steeds +3.20. Hoewel Ph4 een directe dreiging van materiaalwinst inhield – Pg6 valt de toren op h8 aan en als die naar h7 uitwijkt, gaat het paard op g8 verloren – zou zwart dat bij secuur tegenspel nog wel kunnen verhinderen. Dat zou echter zo ten koste van de stelling gaan, dat dat ook op de langere termijn niet te repareren zou zijn: de +3.20 was dus puur een strategisch-positionele krachtzet waarmee wit zijn strijdplan drastisch omgooit en zwart langdurig in de wurggreep krijgt.

Toen ik dat gezien had en voor mezelf had vastgesteld dat ik zulke wendingen waarschijnlijk nooit zelf tijdens een partij zou ontdekken, laat staan uitvoeren, besloot ik tot een kleine proefneming: hoeveel van mijn clubgenoten zouden in staat zijn om in enkele minuten (de gemiddelde tijd die je tijdens een partij voor zo’n zet uittrekt) tot dat inzicht te komen? Op de clubavond van 27 mei bleken alle zestien aanwezige clubleden bereid om zich over deze stelling te buigen en mij hun voorkeurszet door te geven. Welgeteld één van hen bleek de zet Ph4 op zijn briefje te hebben geschreven, Sierd van den Beld! Hulde voor Sierd dus! De overige leden bleken op te delen in drie groepen: een groep die voor een tactische voortzetting koos[1] (dxe5 of Pxe5; d5 werd door niemand gekozen), een groep die voor een normale ontwikkelingszet ging[2] (Pc3 of Le3; niemand ging voor de rokade) en tenslotte een groep met een afwijkend strijdplan[3] (Lxg8, een zet die niet in de Top-7 van Fritz voorkwam, maar dat zal ongetwijfeld aan Fritz liggen).

Hoewel ik lang geleden van Euwe leerde, dat je als schaker nooit bewust een minder goede zet mag doen met als enige doel je tegenstander om de tuin te leiden, kan ik me voorstellen dat je, achter het bord zittend, de voorkeur geeft aan Pxe5 boven Ph4. Immers, het positionele voordeel van die laatste zet is weliswaar sterk en langdurig maar ook Fritz slaagt er niet in om dat binnen 25 zetten in winst om te zetten. Daarentegen, de kans dat een tegenstander die al f6 gespeeld heeft, de zet Pxe5 met fxe5 zal beantwoorden, is dermate groot, dat je die maar al te graag zult willen pakken. En dan is de partij natuurlijk snel beslist: 5. Pxe5 fxe5, 6. Dh5+ g6, 7. Dxg6+ Ke7, 8. Df7+ Kd6, 9. dxe5+ Kxe5, 10. Lf4+ Kxe4, 11. Pc3+ Kd4, 12. Dd6±.

Henk de Bruyne


[1] Colijn Wakkee, Gavin Wallace, Leo van Uffelen, PieterJan Mellegers, Karel den Boer en Elmer van Veenendaal (allen Pxe5); Paul Kruiver, Jan Engel en Mitchel Wallace (allen dxe5).

[2] Alwin Vosselman en Piet Bras (beiden Pc3); Peter Meijer en Adriaan Cloin (beiden Le3).

[3] Henk van Schaik en Arno van der Gijn.


Partij van Mitchel in Helmond, ook als animatie te zien op Utrechtschaak

De tegenstander, Jos Sutmuller, had een rating van 2185!

1.d4 d6 2.c4 c6 3.Pc3 Pf6 4.e4 Pbd7

5.Le2 e5 6.Pf3 Le7 7.O-O Dc7 8.h3 h6

9.Le3 Pf8 10.b4 g5 11.Ph2 Pe6

12.dxe5 dxe5 13.c5 Pf4 14.Lg4 Pxg4

15.hxg4 Le6 16.Dc2 O-O-O

17.b5 Lc4 18.b6 axb6 19.cxb6 Dd6 20.Tfd1 Db4

21.Kh1 Td3 22.Txd3 Lxd3 23.Dc1 Lxe4 24.Pxe4 Dxe4 (remise)

Eindstand: Mitchel staat beter!


Het openingsblundertje van Sierd in de simultaan tegen de kampioen. Het is een variatie op de Averbakh variant van het Konings-Indisch. (1. d4 Pf6 2. c4 g6 3. Pc3 Lg7 4. e4 d6 5.Le2 0-0 6. Lg5). Hier werd alleen in plaats van Le2 de zet h3 gespeeld. Ik speelde e5, wat na 7. xe5 xe5 8. Pd5 leidt tot een pion op c2 die in staat en een gepend paard op f6 dat 2 keer aangevallen staat en 1 keer verdedigd.

1. d4 Pf6

2. c4 g6

3. Pc3 Lg7

4. e4 d6

5. h3 O-O

6. Lg5 e5?

Dit kost een pion na:

7. xe5 xe5

8. Dxd8 Txd8

 9. Pd5

 Met een paard op f6 dat dubbel aangevallen staat en een pion op c7 die in staat. Zie bijgevoegd diagram 1.

diagram 1

Zwart moet hier eigenlijk het paard dekken met 9... Pbd7. Hierna slaat wit op c7 met 10. Pxc7. Zwart reageert met Tb8 en zie nu bijgevoegd diagram 2.

Verloren? Bij lange na niet, maar dit soort passief spel wou ik ontwijken. Zwart staat hier passief, vooral de loper, maar de rest staat ook niet goed. Ik reageerde alleen niet met Pbd7, maar met 9...

Pxd5. Het is slechter dan de eerste optie volgens Fritz. (1.25 tegenover 1.59). Het voordeel is dat de stelling moeilijker wordt en dat de stijlen van de twee simultaangevers kunnen gaan botsen.

 Ik heb hier de stoute schoenen aangetrokken en Pxd5?! gespeeld. Ongetwijfeld niet correct, maar remise gehouden. Ik had hier c6 moeten spelen waarschijnlijk, of een dergelijke zet. Ik wou niet die pion verliezen omdat ik dan hopeloos passief sta, en dat is funest tegen Elmer.

Uiteindelijk was Diagram 3 de eindstelling na:

35. Ted1 Pd4 (0.56)

36. Lxd4? exd4 (-0.38)

 

De loper die geruild wordt is zwak tegen een sterk paard, maar mijn loper op g7 wordt hierdoor bevrijd. Zie de batterij ook op de a1-h8 diagonaal. net zoals de verbonden vrijpionnen op c5 en d4. Ruilen was niet slim, en nu kan zwart afwikkelen naar een gewonnen eindspel als hij het goed speelt. Ik had er gezien de tijd alleen geen vertrouwen in.

(0:15), dus heb ik maar remise aangeboden.

 [Sierd van den Beld]


De eerste overwinning van Gavin op het NK!

Gavin Wallace - Justin Gunther

NK Jeugd C Venlo (ronde 6, 3 mei 2007)

[PieterJan Mellegers]

Frans:

1.e2-e4 e7-e6 2.d2-d4 d7-d5

3.Pb1–c3 Lf8-b4 4.e4-e5 c7-c5 5.Lc1–d2 Pb8-c6

6.Pc3-b5 Lb4xd2+ 7.Dd1xd2 Pc6xd4

8.Pb5xd4 c5xd4 9.Dd2xd4 Pg8-e7

10.Lf1–d3 Pe7-c6 11.Dd4-e3 Lc8-d7

12.f2-f4 Ta8-c8 13.Pg1–f3 a7-a6 14.0–0 Pc6-b4

15.Tf1–c1 g7-g6? Diagram 0

 een onbegrijpelijke verzwakking van de zwarte (konings-)stelling


diagram 0


diagram 1

 16.a2-a3 Pb4xd3

17.c2xd3 0–0 18.Pf3-g5 h7-h6

19.Tc1xc8 Ld7xc8 20.Pg5-h3 Lc8-d7

21.f4-f5 Kg8-h7? Te angstig; eerst slaan op f5 maakt velden vrij voor de zwarte loper en toren, die nu buitenspel staan.

22.f5-f6! Diagram 1

 

22...Tf8-h8 23.Ta1–c1 Ld7-c6 24.d3-d4 De drie witte pionnen in het centrum houden zwart effectief vast, 24...Dd8-b6 25.b2-b4 a6-a5 26.b4xa5 Db6xa5 27.Ph3-f2 Th8-g8 h6-h5 biedt meer kansen; deze torenzet sluit de koning ook nog eens op  28.Pf2-g4 g6-g5 29.Pg4xh6! Diagram 1

 

              

diagram 2

 terugslaan met de koning leidt tot mat...

29...Da5-a8 [29...Kh7xh6 30.De3-h3+ Kh6-g6 31.g2-g4 Da5-a4 32.Dh3-h5#; 29...Tg8-g6 30.Ph6xf7 g5-g4 31.Pf7-g5+ Kh7-g8 32.f6-f7+ Kg8-g7]

30.Ph6xg8 ... maar die toren had wel gered kunnen worden! (29. ... Tg8-g6)

30...Da8xg8 31.g2-g4 31, Txc6 of Dh3 was beter geweest; wit moet trachten de dames af te ruilen en de winst is binnen. [31.De3-h3+ Kh7-g6]

31...Dg8-g6 32.De3-h3+ Kh7-g8 33.a3-a4?? Diagram 2

 

 

 ...en het is weer (bijna) gelijk!

[33.Dh3-h5 Dg6xh5 34.g4xh5 Lc6-d7 35.Tc1–c7 Ld7-b5 36.Tc7-c8+ Kg8-h7 37.Tc8-f8 Lb5-c6 38.Tf8xf7+ Kh7-h6 39.Tf7-f8]

33...Dg6-e4

34.Tc1–d1 Lc6xa4 En plotseling heeft ZWART de verste vrijpion!

35.Td1–d3 La4-b5 36.Td3-d1 Lb5-e2

37.Td1–d2 Le2xg4

38.Dh3-g3 Kg8-f8 [38...De4-b1+ 39.Kg1–f2 Db1–f5+ 40.Kf2-e1 Df5-e4+]

39.h2-h3 Lg4xh3 Diagram 3

diagram 3

 

diagram 4

 Goed gezien! Dxh3 leidt tot De1+!

40.Dg3xg5 Nog beter gezien! Wit neemt krijgt weer de overhand. [40.Dg3xh3 De4-e1+ 41.Dh3-f1 De1xd2]

40...De4-g4+ Deze afruil zou goed zijn, als zwart de pion op de b-lijn zou kunnen verdedigen.

41.Dg5xg4 Lh3xg4

42.Td2-b2 Diagram 4

42...Kf8-e8 43.Tb2xb7 Lg4-h5

44.Kg1–g2 Lh5-g6

45.Kg2-g3 Ke8-d8 46.Kg3-g4 Kd8-e8

47.Kg4-g5 Lg6-d3

48.Kg5-h6 Ld3-e2

49.Kh6-g7 Le2-h5 5

0.Tb7-e7+ Ke8-d8

51.Te7xf7 Kd8-e8 52.Tf7-f8+ Ke8-d7

53.f6-f7 Kd7-e7 54.Tf8-e8+ Vakkundig uitgespeeld.  1–0

PieterJan Mellegers


Twee partijen die Henk de Bruyne analyseerde

Partij uit ronde 23 interne competitie: Henk de Bruyne – Karel den Boer

“Waarin Karel gedwongen wordt tot hetgeen hij het meest verafschuwt in het schaken: berusten in remise”

Met commentaar van Henk de Bruyne.

  1        e4        c5

  2        Pf3      a6

  3        c3        d6

  4        d4        Pd7

  5        Le3     Pgf6

  6        Pbd2   g6

  7        Dc2     Lg7

  8        b4        Pg4

  9        Lf4      cxb4

10        cxb4    Db6

Een ogenschijnlijk logische damezet van zwart. Zowel b4 als d4 worden aangevallen en de voor de hand liggende verdediging van wit door Dc3 (of Db2) is niet aantrekkelijk omdat zijn dame dan op de diagonaal van Lg7 komt te staan. Maar wit heeft sterker…

11        Pc4!

Zie diagram 1. Valt de zwarte dame aan en Dxb4† gaat niet wegens Ld2 met damewinst! (Op Db5 volgt natuurlijk Pxd6†, gevolgd door Lxb5.)

11        …..      Dd8

Veel keus is er niet – hooguit Da7, waarmee de druk op e4 nog wat blijft bestaan. Alle andere voortzettingen leiden tot smartelijk dameverlies.

12        Le2     b5

13        Pa5     Db6

14        0–0      Lb7

15        Tc1     0–0

Zwart heeft bar weinig bewegingsvrijheid.

16        Dc7     Lc8

Gedwongen. Zowel Lb7 als Pd7 stonden aangevallen.

17        Tc6

Voor een menselijke speler een logische zet: de druk op de damevleugel wordt nog wat verder opgevoerd en zwart kan zich geen enkele verkeerde zet permitteren. Maar een computer kijkt anders dan een mens en ziet hier een sterkere voortzetting in 17. d5.

17        …..      Dxc7

18        Txc7   e5

Zie diagram 2. Een ingewikkelde stand. Wit staat beter, maar of hij zijn voordeel vast kan houden, hangt sterk af van de manier waarop op e5 geruild gaat worden.

19        dxe5    Pdxe5

20        Td1     Le6

21        h3?

Een verzwakking van de witte positie. Gewoon a3 was hier de gezonde voortzetting geweest.

21        …..      Pxf3†

22        Lxf3    Pe5

23        a3?

Maar dit is het verkeerde moment om a3 te spelen. Veel beter was hier 23. Ld2 Lxa2, 24. Txd6.

23        …..      Pxf3†  (natuurlijk!)

24        gxf3    Lxh3

25        Txd6   Tfc8?

Maar nu gaat zwart weer in de fout.

26        Txc8† Txc8

Gedwongen. Na Lxc8 volgt 27. Td8† Lf8, 28. Lh6 Lb7, 29. Txf8† Txf8, 30. Lxf8 Lxe4, 31. fxe4 Kxf8, en wit heeft met zijn paard een gewonnen eindspel.

27        Txa6   Lb2

28        Pc6

Het is zo’n voor de hand liggende zet. De toren op a6 dekt pion a3, het paard blokkeert de c-lijn voor de zwarte toren en dreigt ook nog eens een vorkje op e7. Wat wil een mens nog meer? Nou, winnen bijvoorbeeld en daartoe was Pb7 een veel beter idee geweest.

28        …..      Kg7

29        Le5†   Lxe5

30        Pxe5    Tc3

31        Kh2     Lf1

32        Kg3

Het begin van een verkeerd plan. Wit wil met zijn koning naar voren, maar komt daar drie zwarte pionnen tegen en zal er dus nooit doorheen komen. Veel logischer is hier (en ook op volgende zetten) f4, maar wit is – ten onrechte – bang dat hij daardoor de bescherming van zijn koning opgeeft.

32        …..      Le2

33        Ta7     Kf6

34        Pg4†   Ke6

35        Pe3      h5

36        Te7†   Kxe7

Knarsetandend neemt Karel hier de witte toren, terwijl hij bromt: “Die verdomde paarden ook altijd…!”

37        Pd5†   Ke6

38        Pxc3    Ld3

39        Kf4?

Met 39. f4 zou wit zijn winstkansen hebben behouden. Nu vergooit hij ze.

39        …..      f6

40        Pd5     g5

41        Kg3     f5

42        Pc3      h4†

43        Kg2     Ke5

44        exf5     Kxf5

45        Pd5     Ke5

46        Pc7      Le2

47        Pa6     Kf4

48        Pc5      Lxf3

49        Kh3     Ld5

50        a4        bxa4

51        Pxa4   Kf3

52        Pc3      Le6

Zie diagram 3. En hier mist zwart zijn kans om de partij te winnen! Maar je moet het natuurlijk wel zien achter het bord: 52. ….. Lb7! 53. Pd1 Ke2, 54. Pe3 Kxf2, 55. Pg4† Kg1 (de enig juiste zet!), 56. Pe3 Lc8†, 57. Pg4 Ld7 (zwart kan met de loper de nodige tempozetten doen die hem steeds dichter bij zijn doel brengen), 58. b5 Lf5, 59. b6 Lc8, 60. b7 Lxb7, 61. Pe3 Lc8†, 62. Pg4 Kf1 (anders is het pat!), 63. Kh2 Lxg4 en de stukken kunnen in de doos.

53        Kh2     g4        (niet Kxf2 wegens Pe4† en Pxg5)

54        Kg1

Veel verder achteruit kan de witte koning niet meer. Toch is het minder benard dan het lijkt, want wit heeft hier al geforceerd remise.

54        …..      h3

55        Kh2     Kxf2

56        Pe4†    Ke3

57        Pg3

Zie diagram 4. De witte koning kan opgelucht uithijgen op het veilige (zwarte) veld h2 en de zwarte pionnen kunnen niet verder oprukken zolang wit met zijn knol de controle over g3 houdt. Zwart mag desnoods de witte b-pion ook nog oppeuzelen, dat maakt voor de partij niet meer uit.

 

PS. Karel’s hartgrondige afkeer van remises bracht hem ertoe nog zeven zetten door te spelen, maar het enige wat hij er eventueel mee had kunnen bereiken, was dat hij door zijn vlag was gegaan…

 {Henk de Bruyne]


Partij tussen Peter Meijer (W) en Henk de Bruyne (Z), gespeeld op 26 februari 2007

 

“Hoe zwart aanvankelijk een fraaie,‘gewonnen’ stelling opbouwt en die vervolgens in een aantal etappes weer vakkundig om zeep helpt…”

 

Met hier en daar het soms zwartgallige commentaar van Henk de Bruyne.

 

  1        e4        e5

  2        Pf3      Pc6

  3        Lc4     Pd4

Een klassiek openingsvalletje. Zwart laat zijn vergiftigde e-pion instaan, maar helaas heeft wit er helemaal geen oog voor. (Peter zág zo vroeg in de wedstrijd niet eens dat hij die pion kon slaan, dus dan is zo’n valletje natuurlijk in het geheel niet aan hem besteed; zie bijvoorbeeld de kostelijke variant: 4. Pxe5 Dg5, 5. Pxf7 Dxg2, 6. Tf1 Dxe4†, 7. Le2 Pf3±, waarna de stukken weer in de doos kunnen en wit zich nog geruime tijd verbijsterd zal afvragen wat hem in hemelsnaam is overkomen…)

  4        d3        Pxf3†

  5        Dxf3   Df6

  6        Dxf6   Pxf6

  7        Lg5     Le7

  8        0–0      d6

  9        h3        h6

10        Le3     c6

Zwart wil d5 spelen om het hechte witte centrum open te breken en daar zijn eerst een paar voorbereidende zetten voor nodig.

11        Pc3      0–0

12        a3        Td8

13        Tad1? …..

Wit is kennelijk nog steeds niet wakker; de opstoot d5 gaat nu zelfs hout opleveren voor zwart.

13        …..      d5!

14        exd5    cxd5

De witte loper op c4 wordt aangevallen; als wit die terugtrekt, volgt d4, met een vork van L+P. Wit neemt zijn verlies maar liever meteen.

15        Pxd5   Pxd5

16        Lxd5   Txd5

17        c4        Td8

Oké, zwart staat een gezonde loper tegen een pion voor en wit heeft geen compensatie van betekenis. Maar het is nog een lange weg tot de winst en Peter staat bekend als een taaie verdediger die niets cadeau geeft.

18        b4        b6

19        d4        exd4

20        Lxd4   Le6

21        c5        bxc5

22        Lxc5   Lxc5

23        bxc5    Tdc8

Het begin van een poging om hetzij de witte c-pion hetzij de witte a-pion te veroveren – en het liefst natuurlijk allebei.

24        Tc1     Tab8

Het computerprogramma Fritz beveelt hier, en ook in het vervolg, diverse keren de zet Tc6 aan, bedoeld om de witte pion al op de vijfde rij tegen te houden. Het plan van zwart lijkt echter ook correct.

25        Tc3     a5

26        Tfc1    a4

27        f3        Tb2

De pointe van zwarts plan: via de achterdeur ten strijde trekken tegen de witte pionnen.

28        Kh2     Ta2

29        Td1     …..

Beter was hier T1c2.

29        …..      Lb3

30        Td7     Tc2

31        T7d3   …..

Zwart heeft de strop beetje bij beetje verder aangetrokken en kan nu oogsten. Helaas ziet hij volledig over het hoofd dat hij de witte pion op c5 al ongestraft kan slaan omdat beide zwarte torens elkaar dekken (een soort van Röntgen-dekking)! Na 31. ….. Txc5 kan de witte toren op c3 nergens heen en moet hij dus óf de zwarte toren op c2 óf die op c5 slaan, waarna zwart met de andere toren terugneemt!  De zwarte winst is daarna niet moeilijk meer. Binnen enkele zetten valt ook de witte a-pion en daarna heeft wit geen enkele mogelijkheid meer om promotie van de zwarte a-pion tegen te houden, bijvoorbeeld: 32. Txc5 Txc5, 33. Kg3 Tc2, 34. f4 Ta2,  35. Kf3 Txa3, 36. Ke3 Ta1, 37. g4 Kh7, 38. Kd4 Tb1, 39. Kc3 a3, 40. Td7 a2, 41. Ta7 f6, 42. f5 Lf7, 43. Kd4 a1D†.

31        …..      Txc3?

Na deze slappe, om niet te zeggen angsthazerige zet houdt zwart weliswaar nog steeds winnend voordeel, maar het gaat nu veel langer duren en hij moet secuur blijven spelen.

32        Txc3   Kf8

33        Kg3     g5?

Een onnodig tempoverlies. Beter is om meteen met de koning naar de witte c-pion op te stomen.

34        f4        f5

35        fxg5    hxg5

36        Kf2     Te8

37        g3        Te4

38        Tf3      Le6

39        Tc3     Ke7

40        Kf3     Ld5

41        Kf2     Kd7

42        c6        Lxc6

Eindelijk heeft zwart de felbegeerde c-pion te pakken, maar helaas ten koste van de dekking van zijn eigen pionnen op de koningsvleugel.

43        Tc5     f4

44        Txg5   f3?

Zwart moet een afweging maken: een eindspel mét of zonder torens. Hij kiest voor het laatste, want hij gokt erop de witte pionnen op de koningsvleugel met K+L onschadelijk te kunnen maken en daarna met zijn a-pion te promoveren. De zet f3 geeft zwart de mogelijkheid de torens geforceerd af te ruilen. Toch was gewoon fxg3 beter geweest, want nu houdt wit twee verbonden pionnen aan de rechterkant van het bord.

45        Kxf3   Te5†?

 

En hier had Th4† gemoeten (met winst van de witte h-pion, maar zoals gezegd was zwart geheel gefocust op afruil van de torens). Nu is de partij niet meer te winnen, ook al kan zwart bij nauwkeurig spel de witte pionnen stuk voor stuk oppeuzelen. Maar in dat geval wandelt de witte koning doodgemoedereerd naar de andere kant van het bord en laat zich daar op het mooie en daartoe wellicht voorbestemde veld a1 innig tevreden pat zetten.

In de partij speelt zwart nog even door (tegen beter weten in), de torens verdwijnen van het bord en de resterende stelling is potremise.

46        Kf4     Txg5

47        Kxg5   Lg2

48        h4        Lf3

Enzovoort. Op zet 59 berust zwart, geheel gedesillusioneerd en geestelijk op talrijke plaatsen gebroken of geknakt, in de puntendeling. Uiteraard met de welgemeende complimenten aan Peter voor zijn secure en nimmer versagende verdediging.

[Henk de Bruyne]

verzoek: stuur partijen op in pgn-formaat!

tip: je kunt de partijen doorlopen met de pijltjestoetsen op je toetsenbord

Er volgen nog meer partijen uit de competitie (extern en intern) van ASVN

tip: tik in de adresbalk partijen.htm in achter het adres http://www.asvn.nl/